Nieuwsarchief

VERSLAG WATOU zomer 2006

20 september 2006

Korte impressie van de

Excursie naar de poëziezomer Watou 2006

van dinsdag 19 juli t/m donderdag 21 juli

Al een kwarteeuw lang is het kleine Vlaamse dorpje Watou elk jaar opnieuw een zomer lang het centrum van het Vlaamse kunstlandschap. Onder de bezielende leiding van Bert de Haan en Astrid Beltman ondernam de Volksuniversiteit Enschede een excursie naar dit bedevaartsoord waar poëzie en beeldende kunst

de bekende constante is.

Gedichten gevisualiseerd vanuit de oorspronkelijke poëziebundels

Joost Declerq vat in zijn voorwoord van de EXTIEM Catalogus 2006 mooi samen wat Watou nou zo bijzonder maakt; "de fundamentele bestaansrechten van de poëziezomers van Watou is die waanzinnige drijfveer van de artistiek leiders - Agnes en Gwy Mandelinck - om telkens opnieuw de beste kunstenaars en dichters naar het einde van de wereld (zo lijkt het toch) te brengen."

Dankzij de warme contacten die Bert de Haan als lid van het comité van aanbeveling nu al een aantal jaren onderhoudt met de artistiek leiding was het mogelijk bij aankomst in Watou (na een heerlijke broodmaaltijd in restaurant

't Hommelhof) door Gwy Mandelinck persoonlijk welkom te worden geheten en

te worden "bijgepraat".

Op Woensdag 20 juli maakten we om 11.00 uur 's ochtends kennis met onze gids Daniël. Hoewel de poëziezomers doorgaans om 14.00 uur openen werden voor onze groep (wij waren met 20 personen) de tentoonstellingslocaties Douviehuis en de

Sint-Bavokerk eerder geopend. Daniël beloofde ons plechtig dat wij deze dag alle locaties te zien zouden krijgen ook al moest hij doorgaan tot 's avond laat.

Bij binnenkomst in het Douviehuis werd ik direct gegrepen door een beeld van een vrouw in foetushouding geheel opgezet uit zwarte glimmende lovertjes en met een enorme zwarte veer op haar hoofd. Het was het kunstwerk 'Showgirl" van Edward Lipski en ze ging in confrontatie met het gedicht "roeping" van Anneke Brassinga wiens warme stem de ruimte geheel vulde.

Kort na mijn ontmoeting met deze verstilde showgirl trof ik Bert zittend op een trapje tussen twee kamers van het Doeviehuis. Hij was live in de uitzending van een radioprogramma van RTV Oost. Bert vertelde van onze voorbereiding en de blijdschap dat we voldoende deelnemers hadden, hij droeg zijn favoriete gedicht voor (natuurlijk uit z'n hoofd) dat hij ooit in het Douviehuis voor het eerst hoorde en gaf vervolgens het woord aan mij. Ik deed tot slot verslag van de adembenemende showgirl die vlak voor me lag en overtuigde de interviewer er (hopelijk) van dat de Volksuniversiteit aan een unieke excursie bezig was.

Daniël, intussen, gaf zijn uitleg bij de kunstwerken van o.a. Charles Sandison, Robert Devriendt, Tracey Emin en vele anderen. Het gedicht "Grond" van de Zuid- Afrikaanse Antje Krog door haarzelf voorgedragen onder een koepel in de achtertuin van het Doeviehuis maakte diepe indruk op de groep.

Op de buitenmuren van het Doeviehuis prijkten nog goed bewaard gebleven foto's van Michel François van de editie van de poëziezomer van vorig jaar. Ook op allerlei andere plekken in Watou zijn nog kunstwerken te vinden die herinneren aan voorbije edities van de poëziezomer. Dat is heel bijzonder.

In de Sint-Bavokerk op het dorpsplein van Watou was kunst te zien van Willy de Sauter met gedichten van Ilse van Staden en Ramsey Nasr. Het was lekker koel in de kerk (buiten zinderde een hittegolf) er waren natuurlijk ruim voldoende zitplaatsen voor handen en de akoestiek droeg de stem van Ramsey Nasr prachtig mee.

De hoofdingang van de Sint-Bavokerk bevind zich aan de Rutger Koplandstraat.

Er zijn meerdere straten in Watou vernoemd naar bekende auteurs/dichters van wie overal sporen te vinden zijn. Het dorpsplein bijvoorbeeld heet het Hugo Clausplein.

Na ons bezoek aan het Douviehuis en de kerk gingen we (hoe kan het ook anders) naar de plaatselijke bierbrouwerij waar vooral de kunst van Jan Fabre opmerkelijk genoemd mocht worden. Deze in een harnas verpakte kunstenaar banjert een expositieruimte rond, smijt daar met hamers en schrijft gedichten van zijn eigen bloed. Helaas niet in het echt, voor onze neus, maar geprojecteerd op doek. Het bijbehorende mooie toepasselijke gedicht "Trots" van Mark Boog was te lezen op de buitenmuur van de brouwerij. Na de brouwerij bezochten we het grensland.

Het grensland is een tentoonstellingslocatie die letterlijk op de grens met Frankrijk en midden in de landerijen ligt (ja, we zijn even met één been in Frankrijk geweest).

Hier bekeken we o.a. de video-installatie "Pasolini the following days" van Paolo Chiasera waarop een heel groot brandend hoofd in een weiland met een drietal jonge mannen daar omheen staand te zien waren. Toen het vuur gedoofd was kroop één van hen van bovenaf in het hoofd. Maar ook het gigantische lichtblauw-met roze piepschuimkunstwerk "the shooting ... at Watou" van Folkert de Jong deed menigeen verbazen. Buiten in een koepel klonk het gedicht

"De schil waarop wij leven" van Mustafa Stitou.

Tot slot deden we de Douviehoeve aan. Daniël leidde ons nog steeds met even veel toewijding en enthousiasme rond als hij deze dag begonnen was. Het Douviehuis is de grootste tentoonstellingslocatie van Watou. Het is daarom dat ik niet alle daar tentoongestelde kunst en poëzie kan belichten maar "The pocelain boys" van Anneke Eussen, de installatie "he made me do this" van de Duitse kunstnares Birgit Brenner en de gedichten "Vreemde kusten" van Tjêbbe Hettinga en "Ze zagen niet dat hij vocht met een engel" van Toon Tellegen zijn een paar voorbeelden die ik uit kies om hier te noemen omdat deze m.i. een goede sfeerimpressie geven.

Ten slotte staat op één van de grote stallen van de Douviehoeve het befaamde gedicht van Hugo Claus over de ezel Ambroos nog altijd te lezen.

Gedicht Hugo Claus

(uit "De Sporen")

Deze ezel heet Ambroos.

Hij drentelt langs hond en lam.

Tussen zijn saffraangele tanden

zit een halve boterham, ambrosia.

Vele meesters reden op zijn rug,

Heer Jezus, Heer Honger, Heer Dood.

Om zijn dagelijks brood

balkt hij: Glorie, gloria.

Op de vlucht naar een of ander Egypte

verloor hij onderweg de os, zijn vriend,

met wie hij redeneerde

over de stro, de kribbe, het kind.

Soms buigt een vreemde rouw

zijn pluizige kop nog verder naar voren.

De schuwte van de paria

in de wereld waarin ook wij dolen.

Waarom duldt hij onze grillen

als de vliegen in zijn wimpers,

de horzels op zijn billen?

Wat is het waarom van zoveel

nederige vrede? Herinnering aan Arcadia?

Al is Ambroos al eens duister en duivels

op zijn tijd en stond,

zijn ogen zijn de gewonde ogen

van de eeuwigheid.

Met een laatste beeld van het land van Ambroos sluit ik deze korte impressie van onze excursie naar de Watou poëziezomer 2006 af. Nogmaals wil ik Bert

de Haan ontzettend bedanken voor de bijzonder prettige samenwerking en alle deelnemers dank ik voor de ontspannen sfeer.

In 2007 wordt er weer een reis naar Watou gemaakt.

< overzicht nieuwsberichten

animated gif volksuniversiteit enschede enschede telefoonemail

zoeken

home